Foutloos leren      (Lannoo, 2016)

Globale werkwijze:

  • Deelstappen voordoen en instructies geven bij iedere stap, ev. Fysiek begeleiden (‘guiding’). Geheugensteuntjes en cues gebruiken.

  • Fouten proberen te voorkomen. De situatie zo inrichten dat alleen de juiste stap of handeling gesteld kan worden.

  • Bij fouten of aarzelen: onmiddellijk ingrijpen

  • Belonen. Succes garanderen.

  • Veel herhalen / inslijpen.

Te vermijden:

  • Laten gokken of raden

  • De cliënt het zelf laten uitzoeken / proberen

  • Wachten tot fouten zijn gemaakt

  • Achteraf corrigeren en bijsturen, achteraf feedback geven (cfr. Trial & error- leren)

  • Afwijken van routines.

Er is de laatste tijd veel onderzoek gedaan naar de manier waarop je dat ‘foutloos leren’ het best aanpakt. Het boek “Foutloos leren bij dementie” (de Werd, Boelen, Stessens, 2013) vat de bevindingen van dit onderzoek goed samen en doet heel concrete voorstellen voor een goede therapie-opbouw bij cliënten met dementie. Wellicht is die aanpak ook uiterst geschikt voor andere cliënten met forse cognitieve problemen.

Op de bijhorende website www.boomlemma.nl/gezondheidszorg/catalogus/foutloos- leren-bij-dementie-1#extra-materiaal kan je ook enkele voorbeeld-video’s vinden.

PROCEDURE ‘FOUTLOOS LEREN BIJ DEMENTIE’

(bij cliënten met flink wat cognitieve problemen)

Bron:    de Werd M., Boelen D., Stessens R, (2013). Foutloos leren bij dementie. Een praktische handleiding, Amsterdam: Boom Lemma

WERKWIJZE:

  • De aan te leren activiteit opsplitsen in ‘behapbare’ deelhandelingen.

  • Elke deelhandeling apart inoefenen door voordoen met benoemen wat je doet en vervolgens laten nadoen met benoemen wat de cliënt moet doen.

  • Als hij de deelhandeling zonder aarzelen meteen kan nadoen, kan je meteen naar de volgende stap.

  • Als hij aarzelt of een fout maakt: meteen ingrijpen. De cliënt niet laten gokken. Geen open vragen stellen over hoe hij het zou kunnen aanpakken. Zorgen voor succeservaringen. Veel bevestigen. Een deelhandeling die moeilijk was, herhalen tot het vlot gaat en dan nog eens de hele activiteit laten doen tot en met die deelhandeling. Dan overgaan naar de volgende deelhandeling.

  • Als alle deelstappen zijn aangeleerd: de cliënt de hele handeling laten inslijpen, tot hij het twee keer achtereen vlot en foutloos doet gedurende twee sessies.

  • Vervolgens je hulp beginnen afbouwen. Bijv. door het niet meer voor te doen, maar enkel mondelinge instructies te geven. Dan ook de mondelinge instructie weglaten en bijv. enkel aanwijzen. Dan geen enkele hulp meer bieden.

 

Belangrijk: consequent gedrag! De handeling altijd op dezelfde manier laten uitvoeren! Niet variëren. Meestal lukt dat het best als er ook maar één trainer is.

 

Stappenplannen (tekst, picto’s, …) kùnnen helpen, maar kunnen het ook ingewikkelder maken. (Soms is een stappenplan vooral nuttig om te zorgen dat alle zorgverleners identiek handelen…)

 

Meestal is een oefenfrequentie van 1 à 2 keer per week, gedurende een kwartier tot een half uur, goed.

Na 8 à 15 sessies zou de vaardigheid verworven moeten zijn. Als de cliënt het dan nog niet kan, kan je beslissen te stoppen of je kan de vaardigheid nog aanleren mét een bepaalde hoeveelheid hulp, zodat de cliënt het toch nog kan..

© 2020 door Werkgroep Ergotherapie en Covid-19. Proudly created with Wix.com